Adama blog

Mensen maken zich zorgen over bespuitingen. ‘Laat zien wat je doet aan omwonenden’

04/04/2017

Chemiegebruik is in de publieke opinie vaak een pijnpunt. Denk aan de weerstand tegen lelieteelt in Drenthe en Overijssel. Omwonenden van landbouwpercelen hebben angst voor bespuitingen. Bloembollentelers kunnen een deel van de angst wegnemen door te vertellen wat ze doen en te laten zien hoe zij werken.

Adama schrijft de komende periode over ontwikkelingen bloembollen sector, erf emissies en de impact hiervan op de teelt van bloembollen. Dit is het derde artikel in een reeks van meerdere artikelen (deel 12).

Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de bloembollenteelt ligt regelmatig onder vuur. Een recent voorbeeld is dat de gemeente Assen overweegt om toepassing van gewasbeschermingsmiddelen en lelieteelt op haar pachtgrond te verbieden. Het is tekenend voor de zorg die mensen hebben als het om gewasbeschermingsmiddelen gaat. De motie is na veel discussie in de gemeenteraad aangehouden. Er volgt nu eerst overleg tussen de werkgroep duurzaamheid vanuit de gemeenteraad en de telers die grond pachten. Elkaar de standpunten uitleggen, is een eerste stap voor meer begrip en oplossingen.

TimoReisiger_TRB4148_jpg.jpg
Onderzoek blootstelling
Sommige omwonenden van landbouwpercelen waarop telers bespuitingen uitvoeren, maken zich zorgen over de gevolgen van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen voor hun gezondheid. “Het gaat ook over bloembollenpercelen. Met name in Drenthe en Overijssel, provincies waar de lelieteelt de laatste jaren sterk is opgekomen”, zegt André Hoogendijk, adjunct-directeur van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB). “In de traditionele bollengebieden in Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland, blijkt dat mensen veel minder angstig zijn voor bespuitingen.”

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) doet onderzoek naar de blootstelling door bespuitingen. Doel is om te bepalen in hoeverre omwonenden een gezondheidsrisico lopen. Het onderzoek duurt tot 2018. Hoogendijk is blij met dit onderzoek. “Dan weten we precies hoe we ervoor staan en of er maatregelen nodig zijn. Dat is trouwens ook in het belang van de telers zelf en hun gezinnen. Zij zijn ook omwonenden.”

Uitleggen hoe je werkt
Wat ook de uitkomst is van het RIVM-onderzoek, Hoogendijk benadrukt dat bollentelers transparant moeten zijn over hun werk. Dat is nodig voor het imago van de sector. Het helpt om maatschappelijk draagvlak voor de bollenteelt te behouden of zelfs te versterken. “Wat in elk geval niet helpt, is omwonenden proberen te overtuigen dat er geen risico is. Een reactie in de trant van ‘er is geen gevaar, ga maar rustig slapen’ werkt averechts”, zegt Hoogendijk. Het draait namelijk vooral om perceptie van risico’s. “Het gros van de omwonenden heeft geen enkele kennis van de toepassing van gewasbescherming en van de noodzaak ervan. Zij zien alleen maar elke keer een grote spuit over het land rijden, dicht bij hun woning.”
Wat kunnen bollentelers concreet doen om angst weg te nemen? “Je kunt de risicoperceptie van omwonenden beïnvloeden. Dat kan bijvoorbeeld met open dagen. Dan heb je de kans om goed te laten zien hoe het werkt op het bloembollenbedrijf en er uitleg bij geven. Daarnaast is het heel belangrijk om persoonlijke gesprekken te voeren met omwonenden.”

®Klaas Eissens AV producties_Tulpen_17-04-14 - 42_jpg.jpg

Social media
Ook kunnen kwekers bijvoorbeeld social media of folders inzetten om een beeld te geven van de bloembollenteelt. En om uit te leggen wat de noodzaak van gewasbescherming is en hoe het gebruik in Nederland is geregeld. Telers kunnen ook op meer goodwill van omwonenden rekenen als ze op bepaalde plekken teelt- en spuitvrije zones verruimen, ecologische randen aanleggen en informatieborden met QR-codes langs percelen plaatsen. Dat blijkt uit ervaringen van Sjaak en Henri Huetink in het Overijsselse Lemelerveld, één van de grootste lelieteeltbedrijven in Nederland.

Technische ontwikkelingen
Ondertussen wordt hard gewerkt aan het verlagen van de milieubelasting en aan blootstellingsrisico’s. “Machinebouwers, fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen, zoals Adama, en ICT-bedrijven kunnen samenwerken in de ontwikkeling van nieuwe toepassingen.” Hoogendijk denkt daarbij niet alleen aan innovatieve technieken met plaatsspecifieke toepassingen, maar ook aan kleine spuitrobots. En hier geldt ook weer de invloed hiervan op de perceptie van mensen. “Een kleine machine die vaker lage doseringen kan spuiten, is effectiever. En in het beeld van omwonenden is dat minder bedreigend dan een veldspuit van 30 meter breed.”

 

 

Onderwerpen: bloembollen, gewasbeschermingsmiddelen, publieke opinie

Jan Nies

Geschreven door Jan Nies

Schrijf u in voor Adama email updates

Recent Posts

New call-to-action